Posts tonen met het label vrienden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrienden. Alle posts tonen

zaterdag 19 oktober 2013

Stamppot

Mijn goede vriend D. kwam langs en we fietsten de stad in om rustig bij te kunnen praten - we hadden elkaar al een hele tijd niet gesproken. Maar voordat we gingen zitten wilde hij ergens een nieuwe stamppotstamper kopen.
     "Wat is er met je oude stamper gebeurd?" vroeg ik.
     Eerst liet hij me heel stoer één van zijn spierballen zien en wilde hij me laten geloven dat daar een verwoestende kracht vanuit ging, maar al snel kwam de aap uit de mouw: hij had het ding laten liggen in een vakantiehuisje.
     Ik nam hem mee naar een kookwinkel en hij was aangenaam verrast door het grote aanbod aan stampers. Er waren maar liefst vier verschillende soorten en hij vergeleek ze uiterst serieus. Hij vond het moeilijk.
     "Welke moet ik doen?" vroeg hij zelfs aan mij. Maar ik weet helemaal niets van stampers. Ik wist niet eens dat er meerdere soorten bestonden.
     "Bij welke heb je een goed gevoel?" vroeg ik.
     "Je moet er niet zo lacherig over doen, David," zei hij. "Dit is belangrijk. Eten jullie nooit stamppot?"
     Ik bekende van niet.
     "Moet je eens doen, man. Vinden je kinderen ook lekker. Ze zagen er wat magertjes uit." Hij pakte een stamper uit het rek en hield het ding nadenkend in zijn hand. Ik denk dat hij de grip testte.
     "Dit metalen gedeelte lijkt wel iets fijner, iets dunner, dan die daar," zei hij.
     Ik deed heel hard mijn best om niet lacherig te doen.
     "Die daar is van Brabantia," zei ik. "Dat is een gerenommeerd merk."
     Daar moest hij mij gelijk in geven en na nog een tijdje wikken en wegen koos hij uiteindelijk die van Brabantia. Het ding kostte wel tien euro, maar daar leek hij niet van op te kijken.
     Buiten, bij de fietsen, zei hij: "Nu moet ik altijd aan jou denken als ik stamppot ga maken..."
     "Dat is leuk," zei ik.
     "... en hoe lacherig jij erover deed. En dat je van die magere kindertjes hebt."

dinsdag 8 oktober 2013

Boekenclub

Ik was ineens terechtgekomen in een boekenclub. En ik bedoel niet dat ik per ongeluk een kamer binnenliep waar andere mensen een boekenclub hielden. Ik bedoel dat ik zelf in de boekenclub zat. Het zou zelfs kunnen dat ik de aanzet had gegeven om een boekenclub te beginnen - zo precies weet ik het niet meer. Ik vergeet snel dingen en daarom had ik me ook voorgenomen om de boeken die we gingen bespreken pas op het allerlaatste moment te lezen, zodat ik in ieder geval nog zou weten hoe alle personen heetten en waar het ongeveer over ging. Misschien zou ik er dan zelfs iets zinnigs over kunnen zeggen.
     De eerste keer dat we bij elkaar kwamen telde eigenlijk niet mee. We hadden nog geen gezamenlijk boek gelezen en we praatten ook nauwelijks over boeken. Er werd zelfs een boek in het kampvuur verbrand, die avond - niet echt iets dat je van een boekenclub zou verwachten. Het was een exemplaar van Eten, bidden, beminnen. Ik geloof omdat de meesten dat boek niet mooi vonden. Ik had geen problemen met een boekverbranding - het vuurtje deed het er prima op. De momenten dat we wél over boeken praatten voelde ik me net een oud wijf. Gelukkig was dat maar heel even.
     We spraken af dat we allemaal Ventoux zouden lezen en dat we de volgende keer bij mij zouden afspreken. Ik begon drie dagen van tevoren te lezen, maar dat was net iets te krap. Ons huis was een grote bende, waardoor ik de laatste dag niet aan lezen toe kwam. Ik ruimde op en haalde wat boodschappen in huis. Ook overwoog ik nog even om een vuurkorf in de tuin klaar te zetten, maar ik wist niet zeker of die boekverbranding nou als traditie bedoeld was of als eenmalig incident.
     Het werd een gezellige avond, ook al had ik het boek net niet uit. We praatten over huizen kopen, over ons werk, over wie er allemaal zwanger was en ongeveer twee minuten over Ventoux.
     "Vond je het een vrouwenboek?" vroeg iemand aan mij.
     "Neuh," zei ik. En daarmee was alles wel zo'n beetje gezegd. Het praatte ook wel lastig, omdat ik nog niet wist hoe het precies afliep en de anderen niets wilden verklappen. Bovendien zat er ook iemand in onze boekenclub die helemaal geen tijd had om te lezen, maar wel bij de gezellige bijeenkomsten wilde zijn. En voor haar zou het ook niet leuk zijn als we te lang over het boek zouden praten. Daarom waren die twee minuten meer dan genoeg en stapten we weer over op andere onderwerpen.
     Aan het einde van de avond moesten we nog wel een nieuw boek afspreken. Iemand stelde de nieuwe van Donna Tartt voor, Het Puttertje. Een dikke pil die uitgebreid in het nieuws was geweest. Er werd al enthousiast gereageerd, totdat iemand zei: "Maar dat redt David waarschijnlijk niet binnen de tijd."
     Ik was het kneusje van de boekenclub.

woensdag 25 september 2013

Momenteel

Bij The Voice of Holland was een meisje dat zei: "Ik ben momenteel 35 jaar."
     Er was iets met die zin, iets met dat woordje momenteel. Ik kon het niet echt fout rekenen, maar echt mooi was het ook niet.
     Mijn vriend T. kwam de volgende dag langs en ik wilde hem eens naar zijn mening vragen. Taal is zeg maar echt zijn ding.
     "Kijk je ook naar The Voice?" vroeg ik.
     Zijn wenkbrauwen gingen een stukje omhoog en zo keek hij me een tijdje aan. Ik had toen al spijt van mijn vraag. The Voice was blijkbaar niet echt zijn ding.
     "Noem mij eens één jongen," zei hij, "die vrijwillig naar The Voice kijkt."
     "Behalve ikzelf, bedoel je?" vroeg ik. Ik kon niet meer terug.
     Zijn wenkbrauwen gingen nog verder omhoog.
     "Ik kijk dat wel eens," gaf ik toe.
     Gelukkig kwam Wende toen net beneden en T. gaf haar een Kindersuprise-ei. Wende pakte het uit, we vergaten het gespreksonderwerp en zo kwam ik er nog redelijk goed vanaf. Maar over die zin kregen we het dus ook niet meer.
     's Avonds vroeg ik aan H. wat ze van momenteel 35 jaar vond en zij vond het wel fout.
     "Dat is alsof je zegt: ik ben nu 35 jaar, maar morgen zou dat wel eens heel anders kunnen zijn!"
     Later sprak ik T. op WhatsApp en ik vroeg hem alsnog naar zijn mening. Hij typte: "Wat ik daar vreemd aan vind is dat je iemand van 35 jaar een meisje noemt."
     Gelukkig kon ik niet zien hoe hoog zijn wenkbrauwen stonden.

woensdag 17 november 2010

Bijna vijf uur

Ik was een potje aan het tennissen met R. - dat is een nieuwe hobby van ons. We zijn niet lid van een vereniging, maar we maken dankbaar gebruik van de openbare tennisbanen in de stad.
Het stond 2-1 of zoiets - we waren net begonnen. Er kwam een jongen van een jaar of veertien langsgelopen, die zijn hond aan het uitlaten was. Hij zag er op het eerste gezicht een beetje verstandelijk gehandicapt uit. Die jongen bedoel ik - aan die hond was niets te zien, die keek hooguit een beetje gemeen.
De jongen haalde een sleutelbos uit zijn zak en kwam de tennisbaan opgelopen. Misschien wil hij een tennisbal voor zijn hond, dacht ik nog.
"Heren," zei hij, "het is bijna vijf uur."
We keken hem niet-begrijpend aan.
"Jullie hebben nog twee minuten en dan gaat het hek op slot."
Ik dacht dat hij een grap maakte, maar hij leek me niet in staat om een grap te bedenken, laat staan om hem uit te voeren.
"Je neemt ons toch niet in het ootje, he?" vroeg ik.
"Er hoort hier een bordje te hangen, maar dat is zeker weggehaald," zei hij.
"Dus je gaat ons nu insluiten?"
"Niet als jullie binnen twee minuten weg zijn." Hij keek op zijn horloge - het was menens.
We zeiden dat we gewoon door gingen spelen en dat we na afloop wel over het hek zouden klimmen, maar zo werkte dat niet. "Regels zijn regels," zei hij zelfs.
Verbouwereerd begonnen we onze ballen te verzamelen. Het joch keek nog even toe en terwijl we naar onze ballenkokers liepen, riep hij alsnog: "Geintje!"
Al met al was het een redelijk surrealistische ervaring. We waren sportief: we zeiden dat het een goeie grap was en we prezen zijn acteerprestatie. "Daar moet je wat mee doen."
Maar toen hij met zijn hond uit het zicht was verdwenen, baalden we dat we erin waren getrapt.
"Hij heeft 'm vast niet zelf bedacht," probeerden we onszelf te troosten.

dinsdag 16 november 2010

Meenemen is meenemen

We hadden allebei best wel zin in wat en we waren in de buurt van Granny's - een zaakje waar je lekkere appeltaart kunt eten. Aan de buitenkant van dat zaakje was een soort loket.
"Wij hebben allebei zin in heel veel appeltaart," zei R. tegen de mevrouw aan de andere kant van dat loket. We wisten toen nog niet dat het ingewikkeld ging worden, maar het is altijd goed om te beginnen met de feiten - we hadden zin in heel veel appeltaart.
"Allebei een punt?" vroeg de vrouw.
We zeiden dat we wel twee punten per persoon lustten.
"Of kunnen we dan beter een hele taart to go kopen?" vroeg ik. Dat klonk een beetje McDrive-achtig, maar ik wist toevallig dat dat kon.
De vrouw knikte - dat was goedkoper.
"Maar we willen hem wel graag hier op het terras opeten, dus kunt u hem alvast in vier stukken snijden?" vroeg R.
Nu keek de vrouw een beetje verward. "Jullie wilden hem toch meenemen?"
"Ja," zei R., "mee naar het terras."
Maar dat was niet de bedoeling. Meenemen was meenemen. Dan mocht de taart niet meer in de buurt van Granny's te zien zijn.
"En als we ieder twee punten kopen, dan mag het wel?" vroeg ik.
Ze knikte. "Maar dan is het duurder."
Ze wees ons op een bankje bij de kerk, waar we hem op konden eten - eigenlijk nog heel dicht bij het terras.
We wilden de blueberry appeltaart, maar die was uitverkocht. Iets wat haar duidelijk geirriteerder maakte dan ons. Ze vond dat we erg moeilijk deden, dat zag ik aan haar gezicht.
R. wilde er graag koffie bij en ik nam een cola. Ze zette zo'n halveliter-fles cola voor me neer, maar ik zag dat ze ook van die kleinere glazen flesjes hadden - zo'n halve liter krijg ik nooit op.
"Zou ik zo'n klein flesje mogen?" vroeg ik.
"Nee," zei de vrouw, "die zijn van glas. Die krijg je niet mee."
"Wat een vreemde regels hebben jullie," zei ik. Maar de vrouw was daar niet erg van onder de indruk.
Ik vond het heel dapper van mezelf dat ik haar nog om een plastic bekertje durfde te vragen. Die wilde ze wel geven. Over plastic bekertjes hadden ze geen regel.

zaterdag 13 november 2010

De Naald

Mijn goede vriend D. kwam weer eens langs en ik vroeg of hij een eierkoek wilde. Hij keek me glazig aan.
"Een eierkoek?"
"Ja, zo'n koek die Sonja Bakker goedkeurt," zei ik. Ook al is dat de allerlaatste reden waarom ik zelf eierkoeken eet. Hij wilde er weleens eentje proberen, want als het van Sonja mocht, dan was het goed.
Om het effect van de eierkoeken teniet te doen, aten we later bij de MacDonald’s. In plaats van onze hamburgers, kregen we zo’n kartonnen bekertje met een groen ballonnetje. Dat betekende dat iemand de hamburgers later bij ons tafeltje zou komen brengen, maar dat had D. niet helemaal door. Hij keek weer een beetje glazig, nu naar het ballonnetje – wat eten betreft kan hij soms behoorlijk glazig kijken.
"Ben je nog nooit bij een MacDonald's geweest?" vroeg ik. Eigenlijk was het een schande dat ik precies wist wat zo'n ballonnetje betekende.
Later ruilde iemand inderdaad ons groene ballonnetje om voor twee hamburgers. Nu keek D. een beetje teleurgesteld.
"Ik dacht dat we die ballon mochten houden," zei hij. Hij biechtte ook op dat hij wel een beetje met zijn figuur bezig was.
Hij zei: "Zie je niet hoe gespierd ik ben? Ik ben een soort gespierde naald geworden. Ze noemen me ook wel eens De Naald."
"O ja?" zei ik.
"Nou, eigenlijk niet, maar ik probeer dat er een beetje in te krijgen - dat iedereen mij De Naald gaat noemen."
Ik nam nog wat slokjes van mijn milkshake. Zoiets verbaasde me niks. Ik moest hem tot nu toe altijd The Main Man noemen. Dan noemde hij mij The Second Main Man. Ik heb me altijd afgevraagd of dat taalkundig wel correct was.
"Het moet een begrip worden," ging hij verder. "Dat als ik op een feestje kom, dat ze dan zeggen: O, ben jij De Naald? Tsjonge."
Ik vroeg of het hem niet een beetje deed denken aan de hobby van oude omaatjes, maar hij zei: "Het is maar net hoe je het brengt."
Hij ging nog een tijdje verder over zijn nieuwe naam, maar gelukkig hadden we kaartjes voor de film. We zagen Iron Man, een nieuwe superhelden-film.
Na afloop zei D.: "Misschien moet ik ook maar een superheld worden."
"The Needle?" vroeg ik.
"Ja!" zei hij. "Met een grote N op mijn borst. En dan moet er ook een website komen. Zou theneedle.com al bestaan?"
"Vast wel," zei ik. "Waarschijnlijk van een naaiwinkeltje ergens in Engeland."

donderdag 23 september 2010

Kamperfoelie

A. kwam kijken in ons nieuwe huis. Ze liep met haar jas nog aan mijn zelfgemaakte tafel en boekenkast straal voorbij.
"Eens kijken, wat hebben we hier," zei ze, en ze liep de tuin in. Hier had ik nog niks aan gedaan, behalve wat bouwafval neergooien en mijn verfkwast uitschudden. Toch begon A. mij ongevraagd allerlei kritiek te geven. Nou ja, ze bedoelde het misschien als advies, maar het klonk als kritiek.
"Deze kamperfoelie is die hele appelboom aan het opeten. Hij wurgt hem gewoon, zie je wel? Daar moet je wat aan doen." Het klonk als: waarom heb je daar nog niks aan gedaan?
"Hmm," zei ik, en ik hoopte dat het leek alsof ik echt van plan was er iets aan te gaan doen, maar ik denk dat ze mij wel door had. Daarom bood ze aan om er de komende herfst zelf maar wat aan te komen doen.
A. kent mij goed. Wat mij betreft eet die kamperfoelie de hele tuin op.
"Waarom vermoorden kamperfoelies andere planten?" vroeg ik.
Ze haalde haar schouders op. "Kijk, dat is een roos."
Ik heb niet veel verstand van planten, maar dat dat een roos was, dat wist ik nog wel.
"Die kamperfoelie begint ook al aan die roos - daar moet je om denken, hoor."
Ik vond kamperfoelies gemeen en ik begon me af te vragen waarom mensen een kamperfoelie in een tuincentrum kopen en in hun tuin planten. Ik vroeg dat ook aan A. Ze zei dat die in de zomer heel lekker ruiken - of dat ze heel mooi bloeien, dat ben ik vergeten. Ze was alweer verder gegaan met haar rondje door de tuin. Ze wees bijna alle bomen en planten aan. "Dat is een hazelaar..."
Er waren voor haar al drie mensen geweest die zo'n rondje door onze tuin hadden gemaakt, dus dat van die hazelaar wist ik inmiddels wel, maar dat zei ik maar niet.
Eenmaal binnen wist ze me nog te vertellen dat ik mijn boekenkast van MDF had gemaakt.

woensdag 10 maart 2010

Zeker geen aardbei

Ik was weer door A. uitgenodigd om te komen eten. Ze had een ovenschotel gemaakt, maar ze was zelf niet zo tevreden over de mate waarin die gelukt was.
"Hij is veel te droog," zei ze een paar keer, en ik zag dat ze nadacht over hoe ze dit recept kon verbeteren. Ik vond het prima te eten, vooral de gedroogde tomaatjes die erin zaten waren lekker. Toen we uitgegeten waren, prikte ik snel nog wat van die tomaatjes uit de pan.
"Hee!" riep ze. "Niet doen!" Ze wilde er de volgende dag nog van eten, ook al was het te droog.
Tijdens het toetje hadden we een discussie over Flipje van de Betuwe. Ze dacht dat hij een aardbei was, terwijl je duidelijk kunt zien dat het een framboos is. Of heel misschien bestaat hij uit een paar bessen, maar zeker geen aardbei.
Na het eten keken we Simon, die was ervoor. Zij had hem al gezien, maar ik nog niet. De film was beter dan ik had verwacht. Er werd wel veel in gescholden, maar ja, zo was Simon. Hij had twee tumoren in zijn hoofd. Niet dat hij daarom zoveel schold, maar hij had ze wel, en ze groeiden naar elkaar toe. Een arts zei dat hij het niet aandurfde om hem te opereren. Simon zei: "Heeft u dan geen collega met wat meer gevoel voor tumor?"
A. vond de film ook wel goed, maar soms wat vrouwonvriendelijk. Maar zij vindt elke film waar een tiet in voorkomt vrouwonvriendelijk.
Ze viel halverwege de film in slaap, onder haar dekentje op de bank. Ik keek natuurlijk gewoon verder. Vlak voor het einde werd ze weer wakker.
"Is hij al dood?" vroeg ze slaperig.
"Dood?" zei ik. "Gaat hij dood?"
Dat wist ik heus wel, maar ze knikte. "Ja, hij gaat dood. Denk je dat je dan ook moet huilen?"
"Dat hangt er vanaf hoe zielig ze het brengen," zei ik, maar eerlijk gezegd was Zwelgje de laatste film waar ik om gehuild heb.