Posts tonen met het label vriendin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vriendin. Alle posts tonen

donderdag 31 juli 2014

Ze is soms wat afwezig

Ik had via Marktplaats een TomTom gekocht, dat leek me handig voor op vakantie. Toen de postbode hem kwam brengen was ik erg in mijn nopjes en ik ging er meteen mee aan de slag. Ik ontdekte dat je kon kiezen uit vier verschillende stemmen. Ik koos voor de Belgische vrouwenstem - Lucie. Ik hoopte maar dat de vrouw die het had ingesproken écht Lucie heette en dat die naam niet bedacht was door een of andere techneut die de baas was over de instellingen.
     H. was niet gecharmeerd van ons nieuwe navigatiesysteem, en al helemaal niet van Lucie.
     "Het ging toch altijd prima, met de kaart op schoot?"
     En daar moest ik haar wel gelijk in geven. H. kan uitstekend kaartlezen en tijdens al onze vakanties samen is het maar een paar keer fout gegaan. Dan zei ze bijvoorbeeld: "O, we hadden daar eigenlijk links gemoeten."
     "Lucie zegt dat soort dingen altijd van tevoren," verdedigde ik mijn aankoop. "Ze kondigt alles 500 meter van tevoren aan."
     Een dodelijke blik viel mij ten deel.

Toen we daadwerkelijk op vakantie gingen installeerde ik de TomTom en typte het adres van de camping in.
     "Dus nu ben ik gedegradeerd tot een doodgewone passagier?" vroeg ze teleurgesteld, toen ze zag dat ik het ding inderdaad ging gebruiken. En eerlijk gezegd voelde ik toen spijt. Want het ging altijd prima met alleen maar een kaart en ik wist diep van binnen dat we die TomTom helemaal niet nodig hadden om er te komen. En dat de romantiek er nu zelfs een beetje vanaf was.
     Maar goed, ik had er vijftig euro voor betaald, dus ik wilde 'm nu niet ongebruikt in het handschoenenkastje laten liggen. Ik deed het geluid van de TomTom uit, zodat ze de stem van Lucie dan tenmminste niet hoefde aan te horen. Maar het werd er allemaal niet beter op toen bleek dat Lucie het GPS-signaal soms kwijt was en dat ze sommige nieuwe wegen nog niet zo goed kende.
     "Kun je de kaart er eens bijpakken?" vroeg ik.
     "Hoezo? Je hebt Lydia toch?" zei ze verbolgen.
     "Lucie," zei ik. "Ze heet Lucie. En ze heeft even geen bereik, of zoiets, en er komt straks een belangrijke afslag aan."
     H. reageerde niet meteen, dus ik keek even opzij en zag een gezicht dat op onweer stond. En ergens snapte ik dat ook wel.
     "Ze is soms wat afwezig," zei ik, "maar jij doet toch ook wel eens een dutje als we onderweg zijn?"
     "Ja, maar niet vlak voor een belangrijk knooppunt!"
     Uiteindelijk reden we in een keer goed, dankzij Lucie én H. Daarna verdween Lucie in het dashboardkastje. En ik denk dat H. haar het liefst was vergeten, maar toen ze op de tweede dag van onze vakantie ineens begon te eisen dat ik de afwas meteen na de maaltijd deed, in plaats van de volgende dag, zei ik: "Van Lucie mag ik dat soort dingen altijd zelf weten."

zondag 20 april 2014

Wiskundig

Ineens hadden we allebei vier dagen vrij. Vier dagen om uit te slapen.
     Maar ja, de kinderen.
     Normaal gesproken mag zij op zaterdag uitslapen en ik op zondag. Maar nu, met vier dagen op rij, moest het even goed afgestemd worden.
     "Mag ik morgen uitslapen?" vroeg ze.
     "Dat is prima," zei ik. "En daarna?"
     "Nou, dan jij, dan ik weer en dan jij nog een keer."
     Ze zei het alsof ik iets heel doms had gevraagd. Maar ik kon mijn vraag rechtvaardigen.
     "Jij gaat nu uit van ABAB," zei ik, voornamelijk om woorden te besparen, "maar we zouden ook AABB kunnen doen. Of ABBA."
     Ze keek me aan alsof ik gek was.
     "Je lijkt wel een autist, man. Dat je alles altijd zo wiskundig benadert."
     "Wiskundig?" zei ik. "Ik dacht eerder aan het ritme van dichtregels. En jij houdt van gedichten, dus in feite leef ik me zelfs in in jouw belevingswereld. Niet echt iets dat een autist zou doen."
     Daar had ze niet van terug.
     Maar het werd toch ABAB.

zondag 13 oktober 2013

Stiften

We hebben van die goedkope HEMA-stiften in huis, die echt verschrikkelijk slecht zijn, en we hebben een setje IKEA-stiften. En die zijn helemaal geweldig. Ze heten MALA, met een rondje op die eerste A, en ik zou ze hierbij graag aan iedere ouder willen aanraden. Ik ga in ieder geval nooit meer andere stiften kopen.
     Nu had Wende een stift kapot gebeten. Haar gezicht was helemaal paars, haar handen waren paars en haar kleren zaten vol paarse vlekken. De bank was gelukkig nog net niet paars.
     Mijn vriendin fatsoeneerde onze paarse dochter in de keuken. Ik dacht na over HEMA-stiften en IKEA-stiften. En ineens was ik wel even benieuwd.
     "Wat voor stift was het eigenlijk?" riep ik vanuit de woonkamer.
     Het was even stil.
     "Nou wat denk je?" riep ze terug. "Een paarse!"

woensdag 25 september 2013

Momenteel

Bij The Voice of Holland was een meisje dat zei: "Ik ben momenteel 35 jaar."
     Er was iets met die zin, iets met dat woordje momenteel. Ik kon het niet echt fout rekenen, maar echt mooi was het ook niet.
     Mijn vriend T. kwam de volgende dag langs en ik wilde hem eens naar zijn mening vragen. Taal is zeg maar echt zijn ding.
     "Kijk je ook naar The Voice?" vroeg ik.
     Zijn wenkbrauwen gingen een stukje omhoog en zo keek hij me een tijdje aan. Ik had toen al spijt van mijn vraag. The Voice was blijkbaar niet echt zijn ding.
     "Noem mij eens één jongen," zei hij, "die vrijwillig naar The Voice kijkt."
     "Behalve ikzelf, bedoel je?" vroeg ik. Ik kon niet meer terug.
     Zijn wenkbrauwen gingen nog verder omhoog.
     "Ik kijk dat wel eens," gaf ik toe.
     Gelukkig kwam Wende toen net beneden en T. gaf haar een Kindersuprise-ei. Wende pakte het uit, we vergaten het gespreksonderwerp en zo kwam ik er nog redelijk goed vanaf. Maar over die zin kregen we het dus ook niet meer.
     's Avonds vroeg ik aan H. wat ze van momenteel 35 jaar vond en zij vond het wel fout.
     "Dat is alsof je zegt: ik ben nu 35 jaar, maar morgen zou dat wel eens heel anders kunnen zijn!"
     Later sprak ik T. op WhatsApp en ik vroeg hem alsnog naar zijn mening. Hij typte: "Wat ik daar vreemd aan vind is dat je iemand van 35 jaar een meisje noemt."
     Gelukkig kon ik niet zien hoe hoog zijn wenkbrauwen stonden.

zondag 3 juni 2012

Suiker

We waren onderweg naar Utrecht en we haalden wat te drinken bij een tankstation - een cola en een cappuccino.
"Moet je zien wat er op mijn bekertje staat," zei H.
Er stond iets over koffiekracht: een koffie verkeerd was 35 kk, een cappuccino 55 kk en zo nog wat koffiesoorten. Een espresso was 90 kk.

Tot ongenoegen van veel mensen drink ik geen koffie. 'Drink je nou al eens koffie?' vragen ze soms, als ik op bezoek kom en er moet wat worden ingeschonken. Alsof het gewoon een kwestie van tijd is. Ik vind het gewoon smerig en dat zal wel altijd zo blijven.

Maar deze koffiekrachtthermometer gaf mij een nieuw inzicht.
"Misschien moet ik eens beginnen met een koffie verkeerd," zei ik tegen H. "Maar volgens mij is dat een beetje een wijvendrankje, of niet?"
"Ja, maar ja..." zei ze. Ze durfde haar zin niet af te maken.
"Wat wil je zeggen? Dat ik ook een wijf bén?"
"Ja, zei ze voorzichtig, "wat drinken betreft wel een beetje, ja. Ik bedoel: je doet ook suiker in je thee."
"Dat is toch niet zo raar?"
"Alleen kleine kinderen doen dat."
"Nietes."
"Noem eens één iemand die je kent die óók suiker in zijn thee doet."
Om even tijd te winnen zei ik dat ik er nooit zo op lette en ondertussen dacht ik heel hard na over alle familie en vrienden met wie ik wel eens thee dronk.
"Het viel me laatst wel op dat men het suikerpotje nooit bij de thee op tafel zet - ik moet er altijd om vragen."
"Precies!" zei H. triomfantelijk.
"Maar wacht! Mijn vader dronk vroeger ook suiker in zijn thee."
"Ja, maar ja..." zei H.

maandag 23 mei 2011

Terugsturen


H. en ik zaten samen achter de computer. Aan de rechterkant van het beeldscherm verscheen een reclame van nutella, die adverteerde met 'een bordje met je eigen naam erop'. Ik loop voorop als het gaat om bordjes met je eigen naam erop. Of kommetjes, of wat dan ook.
Ik klikte op de advertentie en H. riep meteen: "O nee, hoor!"
H. loopt achteraan als het gaat om producten met je eigen naam erop.
"Wat is er?" vroeg ik.
"We nemen geen bordjes met onze eigen naam erop!"
"Waarom niet?"
"Wat is dat nou?" vroeg ze. En ze gaf ook meteen het antwoord. "Dat is niks."
"Het is een bordje!" zei ik. "Met je eigen naam erop."

In de supermarkt fotografeerde ik twee actiecodes achterop twee potten nutella - ik wilde natuurlijk niet meer geld kwijt zijn aan mijn bordjes dan strikt noodzakelijk - en ik voerde ze in op de website. Even betalen en mijn bordjes waren onderweg. Bij de veelgestelde vragen zocht ik op hoe lang het ongeveer ging duren. 'Hou rekening met een minimale levertijd van ongeveer 8 weken,' stond er.
Er stond ook een vraag bij die H. misschien zou kunnen interesseren: 'Ik vind het bord niet mooi, kan ik hem terugsturen?'
Ik schrok even, maar het antwoord was gelukkig: 'Helaas kun je de borden niet retourneren. Het spijt ons dat je teleurgesteld bent.'

woensdag 23 februari 2011

Kaasschaaf


In de vakantie zouden H. en ik in het huis van mijn ouders gaan zitten, die dan zelf op wintersport gingen. We hadden van tevoren al verschillende keren gebeld, over de sleutel en over de vuilcontainer en zo, en nu belde mijn moeder weer.
"David....," zei ze met een lage stem - zo'n stem die iets verschrikkelijks aankondigt. "... we nemen de kaasschaaf mee."
Ik was er even stil van. Wat moest ik met die informatie?
"Dat méén je niet," zei ik. "Ik weet niet of we nu nog wel komen."
H. keek geschrokken op uit haar boek.
"Ik bedoel: dachten we eindelijk in een huis te gaan verblijven met een fatsoenlijke kaasschaaf... nemen jullie hem mee!"
H. keek al wat minder geschrokken en mijn moeder zei: "Nou ja, ik denk, ik zeg het maar even. In Oostenrijk heb ze geen fatsoenlijke kaasschaven."

In de auto, onderweg naar mijn ouders' huis, merkte ik voor de grap op dat we onze kaasschaaf toch nog vergeten waren mee te nemen.
"Waarom hebben je ouders trouwens maar één kaasschaaf?" vroeg H.
H. en ik komen uit redelijk gelijke gezinnen, maar de manier waarop we met kaasschaven omgaan, verschilt nogal.
"Omdat wij geleerd hebben dat je een kaasschaaf niet na elk plakje kaas in de afwasmachine hoeft te stoppen," zei ik.
Ik had van huis uit meegekregen om de kaasschaaf bij de kaas in de koelkast te bewaren, zodat je nooit hoeft te zoeken. H. had geleerd dat een kaasschaaf vies was als je hem gebruikt had en dat 'ie dus in de afwasmachine moest. Het had bij ons thuis al heel wat ergernis veroorzaakt.
H. pruttelde nog wat tegen en zei iets over een mes bij de chocopasta bewaren, maar verder was de autorit nog heel gezellig.
In de supermarkt bij mijn ouders in de buurt kochten we voor één keer plakken kaas in plaats van een homp.

zondag 28 november 2010

Golden Retriever

Ik was begonnen in een boek dat H. voor haar verjaardag had gekregen, maar het kon me nog niet echt boeien.
"Ik twijfel een beetje of ik zal doorzetten in dit boek," zei ik.
H. keek even op vanuit haar boek, maar ging toen weer verder met lezen.
"Ik bedoel: er zit geen vaart in en het is ook nog eens van dat oubollige taalgebruik."
Ik deed er een boekenlegger tussen en keek even vanaf de bovenkant om te zien hoever ik al was. Nog niet zover.
"En op de voorkant staat een foto van een Dalmatiër, maar in het boek staat soms zoiets als '...zijn goudgele vacht...', dus ik denk dat het eigenlijk over een Golden Retriever gaat."
"Wat maakt dat nou uit?" vroeg H., zonder op te kijken uit haar boek.
"Dat is toch irritant? Dan denk je van tevoren dat het over een Dalmatiër gaat en dan zie je ook de hele tijd een Dalmatiër voor je tijdens het lezen, maar dan staat er ineens iets over een goudgele vacht en dan moet je je beeld weer helemaal bijstellen."
Dat vond ze maar autistisch van mij. Maar ik vind dat wanneer je over de omslag van een boek mag beslissen, dat je dan ook best een klein beetje rekening mag houden met de inhoud van dat boek.
"In Israël is dit een gevierd schrijver," zei ik. "Misschien is er iets misgegaan bij de vertaling."
Nu keek H. eindelijk op van haar boek. "Wat zit je nou toch de hele tijd te zeuren, man? Als je er niks aan vindt, leg je het toch weg?"
Misschien was dat het duwtje dat ik nodig had. Ik legde het boek weg.

donderdag 18 november 2010

Uberhaupt

We hadden het over onze boekenlijst op de middelbare school. Ik had daar een vijf voor - iets dat me nog steeds dwarszit.
"En hoe ging Engels bij jou?" vroeg H.
Ik zei dat ik me daar niet veel van kon herinneren.
"Ik weet helemaal niks meer van Duits," zei ze.
"Bedoel je dat je helemaal niks meer van je boekenlijst van Duits weet?" vroeg ik.
"Nee, uberhaupt van Duits," zei ze.

maandag 13 september 2010

Het midden van het menu

Ik was ontzettend blij met mijn... ehm, onze nieuwe iPod-speaker en ik wilde graag dat H. er ook blij mee was. Daarom zei ik: "Acda & De Munnik mogen ook op mijn iPod. Dan kun je daar naar luisteren als ik er niet ben."
"Echt?" vroeg ze. Dat vond ze - wel een klein beetje terecht - ongelofelijk.
"Ja, maar dan noem ik ze wel Munnik & De Acda," zei ik, "want ik wil absoluut niet dat die lui bovenaan in het menu komen te staan, zelfs nog voor Air en Amy Winehouse."
Dat vond ze wel prima.
Maar toen ik de cd had geupload vond ik het midden van het menu eigenlijk nog veel te hoog.
"Ik heb ze toch nog net iets anders genoemd," zei ik tegen H., en ik liet haar het menu zien.
"Zakda & De Frunnik," las ze hardop. "Waarom niet gewoon Zakda & De Munnik? Dan staan ze toch ook onderaan?"
"Ja," zei ik, "maar dat zou niet eerlijk zijn tegenover Acda."

vrijdag 11 juni 2010

Frisje

Als het 's avonds regende, speelden we Scrabble in de tent.
"Ik kan bijna Beyoncé leggen," zei ik. "Ik kom net een N tekort." Maar eigennamen mogen niet - dat weet ik heus wel.
Een beurt later had ik de letters voor dictee, maar ik kon het nergens aanleggen.
"Je hoeft niet steeds te zeggen wat je bijna kunt, hoor," vond H.
Ik legde frisje neer.
"Wat is nou weer frisje?" vroeg ze.
"Gewoon," zei ik. "Een frisje, dat kun je drinken."
Eerder al moest ik van haar aften goedkeuren - daar had ik nog nooit van gehoord. "Dat zijn blaasjes in je mond."
"Nou vooruit dan maar," had ik gezegd. "Ik geloof je, maar volgend jaar nemen we een woordenboek mee."
Ze stond frisje schoorvoetend toe, maar het kon mij niet helpen - zij won het potje.

De volgende dag, in de auto, zei ik: "Wat is er nou vreemd aan 'een frisje'? Wat wil je drinken? Doe mij maar een frisje."
"Zit je daar nou nog stééds mee?" zei H. "Ik heb het toch goedgekeurd?"
"Ja, maar wel alsof dat een ontzettende gunst was," zei ik. En zo ontstond er weer een discussie over het frisje.
Volgend jaar nemen we alleen Rummikub mee.

woensdag 9 juni 2010

Kersen

We waren in een streek waar heel veel fruit werd verbouwd, vooral kersen. Overal stonden kersenbomen. Er groeiden daar zoveel kersen dat de vogelpoep op ons campingtafeltje roze was in plaats van wit.
"Moet je kijken, wat prachtig," zei ik tegen H., toen we langs een knalvolle kersenboom liepen.
"Ja, die heb je in Nederland niet veel, he?"
"Nou, er is een nieuwslezeres..." begon ik.
"Ja, wat is daarmee?" vroeg H. Ze dacht dat ik een verhaal ging vertellen over een nieuwslezeres met allemaal kersenbomen in haar achtertuin, of zoiets. Maar ik zei: "... en die heet Astrid Kersseboom."
Ze vond het jammer dat ik dat zei - ze had liever een verhaal gehoord over een nieuwslezeres met allemaal kersenbomen in haar achtertuin.
Moreller, zo heten kersen in het Noors. Overal stonden bordjes langs de weg met "Moreller" erop - die kon je daar dan kopen. Soms had diegene er ook nog twee kersen bij getekend. Aan elkaar natuurlijk, want op plaatjes zitten kersen altijd met zijn tweeën aan elkaar. In het echt valt dat soms tegen.
Onze buurvrouw op de camping had ook een paar moreller geproefd. Ik ving tenminste iets op van het gesprek daarover met haar man:
"En?" vroeg de buurman.
De buurvrouw begon de vruchten uitgebreid te beschrijven: "Ze zijn donkerrood en sommigen zaten met hun steeltjes aan elkaar vast," zei ze. "Ze zijn best lekker, maar er zitten wel kleine pitjes in."
"Waren het niet gewoon kersen?" vroeg de buurman.
"Ehm..." zei de buurvrouw. Ze was even vijf tellen stil. Toen zei ze: "Dat zou heel goed kunnen."

zondag 11 april 2010

Zingen

We waren op visite en ik moest vertellen over het zingen. Dat ik de kinderen paasliedjes moest aanleren, terwijl ik helemaal niet kan zingen. Dat ik al heel vaak van kinderen te horen heb gekregen dat "het altijd zo grappig klinkt" als ik zing, of dat ze "altijd in de war raken als meester meezingt".
Maar dat is nog niet eens het ergste. Nu met die paasliedjes zongen de kinderen helemaal niet meer - ze keken me alleen maar met open mond aan en vergaten zelf te zingen. Ze konden niet geloven wat ze hoorden.
Dat vertelde ik dus en ik zei dat ik blij was dat alles tegenwoordig ook gewoon op cd stond. Dat ik die vanaf nu gewoon aanzette en zelf mijn mond maar hield.
Op de terugweg in de auto floot ik mee met Christina Aguilera. H. reed en zei dat ik wel heel mooi kon fluiten.
Ze vroeg of ik de auto even wilde inparkeren.
"Probeer het eerst zelf maar," zei ik. Ik beloofde dat ik niet zou lachen.
Het inparkeren mislukte jammerlijk, tot twee keer toe, maar ik had niet gelachen. Ik zei alleen maar: "Wat ik heb met zingen, dat heb jij met inparkeren - je kunt het gewoon niet, je hebt er geen gevoel voor."
We wisselden van plaats en ik parkeerde de auto in.
"Wat kun jij goed inparkeren," zei ze.
"Wat kun jij mooi zingen," zei ik.

zaterdag 9 januari 2010

Potje

Ik vroeg aan H. of ze mijn haar wilde knippen - ik vond dat ze dat moest leren.
"Waarom moet ik dat leren?" vroeg ze.
"Omdat een kapper duur is en te hoog opgeleid voor mijn kapsel. Het kan prima door een doe-het-zelver gedaan worden."
Ik zei dat je ook niet een klusjesman inhuurt om een schilderijtje recht te hangen. Of Vincent van Gogh voor de kozijnen.
Ze twijfelde.
"Elke keer dat jij mij knipt doen we 15 euro in een potje en over een tijdje doen we daar iets leuks voor."
"Okee," zei ze. "Maar nu nog niet - het zit nu nog leuk."