We kregen twee poesjes in huis - een rooie en een grijze. We hadden van tevoren met zijn allen namen bedacht: Harry en Rapunzel. Toen de poesjes er daadwerkelijk waren, zeiden we tegen de kinderen:
"Kijk, die rooie heet Harry en die grijze heet Rapunzel."
"Maar hij is toch niet rood?" zei de oudste (4). "Hij is oránje!"
"Ja, daar heb je gelijk in," moesten wij toegeven. "Die oránje heet Harry."
In het begin moesten de namen even wennen. Soms noemden we ze wel echt Harry of Rapunzel, maar soms zeiden we ook gewoon die oranje of die grijze.
"Papa, de poes heeft op de bank gepoept!"
"Nee toch! Welke?"
"Die oranje!"
Harry was vanaf het begin een beetje ons zorgenkindje. Hij was heel bangig, poepte zomaar in huis en kwam eigenlijk nooit gezellig bij je op schoot zitten. Echt zo'n diertje om medelijden mee te hebben.
Hoe dan ook: na een tijdje moesten ze allebei voor hun eerste prikje tegen de niesziekte. Eerst moesten ze nog ingeschreven worden, bij de balie.
"En wat voor kleur heeft Harry?" vroeg de vrouw.
"Oranje," zei ik.
De vrouw schoot in de lach, maar keek me daarna even aan alsof ik een soort Harry was.
"Wij noemen dat rood," zei ze.
Posts tonen met het label overig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overig. Alle posts tonen
maandag 29 oktober 2012
donderdag 5 mei 2011
Sissyboy
We hadden een mooi plekje op het terras en genoten van het zonnetje, toen er opeens een vrouw op het stel naast ons kwam afgelopen.
"Hallo," zei ze. "Ik heb een vraag."
Iedereen op het terras spitste zijn oren.
"Ik vind je jurkje zo mooi. Waar heb je het gekocht?" Er klonk wat gegniffel om ons heen en de man van het stel keek me geamuseerd aan. Even overwoog ik iets grappigs tegen de man te zeggen, terwijl zijn vriendin de vrouw te woord stond - gister nog voetbal gezien? - maar zo goed kenden we elkaar nou ook weer niet.
Enfin, het jurkje kwam uit de webwinkel van Sissyboy en de mevrouw verliet tevreden het terras.
De vrouw in de Sissyboy-jurk had trouwens een heel lekker broodje besteld, dat nu werd geserveerd.
"Dat broodje zou ik ook wel willen bestellen," fluisterde ik tegen H., "maar ik kan haar nu natuurlijk niet meer vragen hoe dat broodje heet."
"Waarom niet?"
"Omdat ze dan denkt dat ik een grap met haar uithaal," zei ik. "Of ze denkt: Wat ben ik cool - iedereen wil mij nadoen."
In die zin had die vrouw het met haar vraag wel een beetje voor mij verpest. Nu kon ik niet meer naar het broodje informeren zonder dat er een hele scene zou ontstaan.
Ik bestudeerde de kaart goed en bestelde maar wat ik dácht dat de vrouw in de Sissyboy-jurk ook had: een Bruschetta di Parma.
Dat bleek precies te zijn wat de man van het stel ook had.
dinsdag 30 november 2010
Naar de overkant
Toen ik eraan kwam fietsen waren de spoorbomen dicht, maar er was iets geks - ze waren al heel lang dicht. Er stond een lange sliert auto's te wachten en alle wachtende fietsers keken elkaar aan, zoals mensen elkaar soms aan kunnen kijken als ze zich geen raad weten met een situatie. Ik denk dat iedereen al minstens vijf minuten stond te wachten. Een paar dappere pubers glipten onder de spoorbomen door en staken gehaast de rails over.
Toen kwam er een soort monteur aangelopen - een man in een groene broek en een knalgele jas met een logo erop. Hij droeg een koffer waar wel eens wat gereedschap in kon zitten. Iedereen keek naar de man in de gele jas. Eindelijk, leken ze te denken. Maar de man ging gewoon bij de andere voetgangers staan wachten. Het logo op zijn jas was van Essent - hij had met deze storing helemaal niets te maken en wilde ook gewoon naar de overkant. Het was mooi om te zien hoe het langzaam tot de man doordrong dat zo'n honderd voetgangers, fietsers en automobilisten hoopvol in zijn richting keken. Een mevrouw zei iets tegen hem en hij haalde verontschuldigend zijn schouders op.
De spoorbomen gingen pas weer open toen er een paar minuten later een trein voorbij was gereden.
Toen kwam er een soort monteur aangelopen - een man in een groene broek en een knalgele jas met een logo erop. Hij droeg een koffer waar wel eens wat gereedschap in kon zitten. Iedereen keek naar de man in de gele jas. Eindelijk, leken ze te denken. Maar de man ging gewoon bij de andere voetgangers staan wachten. Het logo op zijn jas was van Essent - hij had met deze storing helemaal niets te maken en wilde ook gewoon naar de overkant. Het was mooi om te zien hoe het langzaam tot de man doordrong dat zo'n honderd voetgangers, fietsers en automobilisten hoopvol in zijn richting keken. Een mevrouw zei iets tegen hem en hij haalde verontschuldigend zijn schouders op.
De spoorbomen gingen pas weer open toen er een paar minuten later een trein voorbij was gereden.
dinsdag 12 oktober 2010
Spijker
Ik moest nog even iets ophalen uit ons oude huis. Dat huis was helemaal leeg, behalve dan wat ik moest ophalen en een plank met een roestige spijker erin. En daar ging ik precies keihard instaan. De spijker ging door mijn zool en een heel eind mijn voet in. Ik trok de plank van mijn voet af en ik ging er maar even bij liggen. Ik lag op mijn rug in een compleet leeg huis en ik kan er niks aan doen, maar ik moest even aan Jezus denken.
Terwijl ik daar lag, belde mijn moeder. Hoe het met me ging en of ik ook op het feest van mijn grootouders ging komen.
Op de eerste hulp kwam soms een brancard voorbij en ik voelde me behoorlijk knullig. Gelukkig zat de wachtkamer vol met mensen aan wie je ook niet precies kon zien wat er aan de hand was. Behalve een hele dikke mevrouw, die nog maar net in haar stoeltje paste - zij zat met haar pink omhoog. Doordat ze zelf zo ontzettend groot was, leek die pink een nog kleiner onderdeeltje van haar lichaam dan het eigenlijk al was. En dat leek gelukkig ook best knullig.
De televisie stond aan en "wegmisbruikers" was ervoor. Een jongen zei in een soort babbelbox dat hij vrouwen een gevaar op de weg vond. Iedereen in de wachtkamer grinnikte, wat heel vreemd klonk, omdat niemand elkaar kende en het verder helemaal stil was.
Toen ik aan de beurt was, moest ik in een hokje gaan liggen. Ik zag dat er in het hokje naast mij een man zat met zijn beide polsen in het verband.
Op de bal van mijn voet was alleen een roestbruine stip te zien, maar toch werd ik geholpen door vijf mensen: een mevrouw die het schoonmaakte met alcohol, een arts die een foto wilde laten maken en mij een antibioticakuur voorschreef, een assistent van die arts die steeds knikte, een verpleger die een verband om mijn hele voet deed, inclusief enkel en een rontgenfotograaf.
Tegen al deze mensen zei ik: "Sorry, maar mijn voet ruikt wel een beetje onfris." Dat kwam niet door die spijker, of zoiets - mijn voeten ruiken altijd een beetje onfris. Ze zeiden allevijf dat ze wel wat gewend waren.
Ik moest weer even in het hokje op die rontgenfoto's wachten. Naast mij hoorde ik: "De psychiater wil u straks nog even spreken."
Ik was eigenlijk alleen voor een tetanusprik gekomen, maar drie uren later strompelde ik weg zonder tetanusprik (mijn vorige was nog geldig), maar met zo'n mooi blauw slofje.
Terwijl ik daar lag, belde mijn moeder. Hoe het met me ging en of ik ook op het feest van mijn grootouders ging komen.
Op de eerste hulp kwam soms een brancard voorbij en ik voelde me behoorlijk knullig. Gelukkig zat de wachtkamer vol met mensen aan wie je ook niet precies kon zien wat er aan de hand was. Behalve een hele dikke mevrouw, die nog maar net in haar stoeltje paste - zij zat met haar pink omhoog. Doordat ze zelf zo ontzettend groot was, leek die pink een nog kleiner onderdeeltje van haar lichaam dan het eigenlijk al was. En dat leek gelukkig ook best knullig.
De televisie stond aan en "wegmisbruikers" was ervoor. Een jongen zei in een soort babbelbox dat hij vrouwen een gevaar op de weg vond. Iedereen in de wachtkamer grinnikte, wat heel vreemd klonk, omdat niemand elkaar kende en het verder helemaal stil was.
Toen ik aan de beurt was, moest ik in een hokje gaan liggen. Ik zag dat er in het hokje naast mij een man zat met zijn beide polsen in het verband.
Op de bal van mijn voet was alleen een roestbruine stip te zien, maar toch werd ik geholpen door vijf mensen: een mevrouw die het schoonmaakte met alcohol, een arts die een foto wilde laten maken en mij een antibioticakuur voorschreef, een assistent van die arts die steeds knikte, een verpleger die een verband om mijn hele voet deed, inclusief enkel en een rontgenfotograaf.
Tegen al deze mensen zei ik: "Sorry, maar mijn voet ruikt wel een beetje onfris." Dat kwam niet door die spijker, of zoiets - mijn voeten ruiken altijd een beetje onfris. Ze zeiden allevijf dat ze wel wat gewend waren.
Ik moest weer even in het hokje op die rontgenfoto's wachten. Naast mij hoorde ik: "De psychiater wil u straks nog even spreken."
Ik was eigenlijk alleen voor een tetanusprik gekomen, maar drie uren later strompelde ik weg zonder tetanusprik (mijn vorige was nog geldig), maar met zo'n mooi blauw slofje.
Abonneren op:
Posts (Atom)