Posts tonen met het label op school. Alle posts tonen
Posts tonen met het label op school. Alle posts tonen

woensdag 19 maart 2014

Het mocht niet

De kinderen in groep 3 hebben een verhalenschriftje, waarin ze zo nu en dan mogen schrijven. Prachtig om te lezen welke avonturen ze in hun hoofd beleven. Veel jongens schrijven bladzijden vol over aliens en monsters op andere planeten. De meiden willen nog wel eens een avontuur beleven met eenhoorns of heksen. Soms is het grappig, soms verdrietig en soms ronduit tragisch.
     Vooral de avonturen over aliens lopen niet altijd goed af.
     Maar heel soms wil een verhaal niet echt goed van de grond komen. Zoals bij Eefje. Misschien kwam het doordat ze te dicht bij de realiteit wilde blijven:

Ik ben in een raket en ik vroeg aan mama: 
"Mogen we naar de maan?" 
"Nee Eefje, dat mag niet." 
"Maar...." 
"Nee, niet maar. Het mag niet."

zaterdag 23 maart 2013

Toverstafje


Eerst bespraken we wat iedereen aan moest. Niet te mal, want het was maar een toneelstukje van vijf minuten. De vrienden van Jezus konden bijvoorbeeld wel in hun gewone kleren. Maar Jezus zelf zou een baard opgeschminkt krijgen. Verschil moet er wezen.
     “Meester,” zei de jongen die Jezus was, “wij hebben thuis een baard in onze verkleedkist. Mag ik die meenemen? Het is een baard van Sinterklaas.”
     Hoewel Jezus pas 33 of 34 jaar was in dit verhaal leek die baard me geen bezwaar. Leeftijden in de Bijbel moet je altijd met een korreltje zout nemen.
     “En de engelen mogen van die vleugeltjes op hun rug. Wie heeft er thuis van zulke vleugeltjes?”
     Een paar meisjes staken hun vinger op. Engel nr. 2 vroeg: “Mag ik dan ook mijn toverstafje meenemen?”
     Ik legde uit dat een engel iets anders was dan een toverfee. Ook moest ik vertellen dat de paashaas in het hele stuk niet voor zou komen. Het was maar goed dat ik erbij was, anders zou het een bijzonder toneelstukje worden.
     We gingen voor het eerst repeteren. In het begin deed iedereen leuk mee, maar na een tijdje was de concentratie weg. Vooral de jongen die Jezus speelde deed niet leuk meer mee en hij zat steeds te ouwehoeren met de Romeinse soldaten die op het punt stonden om hem bij Pilatus te brengen.
     Ik besefte ineens dat je sommige zinnen maar één keer in je leven ongestraft kan zeggen en ik greep mijn kans.
     “Wie ik nu nog hoor kletsen, die gaat maar even naar de gang,” zei ik. “Dat geldt voor iedereen – ook voor Jezus.”

zondag 1 mei 2011

Nintendo DS


"We moeten dat handelingsplan nog even evalueren," zei ik tegen een collega.
"Hee," zei een jongetje, "daar heb ik een spel over, op mijn Nintendo DS."
"Over handelingsplannen?" vroeg ik - dat leek me sterk.
"Nee, over Pokémon," zei hij. "Dan veranderen ze bijvoorbeeld van een Onix naar een Steelix. Dat heet evolueren."

zaterdag 11 december 2010

Glas-in-lood

Ik ging met de bovenbouw knutselen - ze mochten een glas-in-lood raam maken, maar dan van karton en vliegerpapier.
"Je mag zelf weten wat je ontwerpt," zei ik. "Het hoeft dus geen bijbelse voorstelling te zijn, zoals in een kerk, maar verzin iets wat je zelf leuk of interessant vindt. Een voetbal, een paardrijlaars of gewoon een smiley, of zo."
En, zoals altijd wanneer je voorbeelden geeft, maakte bijna iedereen een voetbal of een smiley.
Maar na een tijdje kwam Yfke naar me toe - altijd erg creatief en inventief.
"Wat vind je hiervan, mees?"
Ik bekeek haar ontwerp met hoge verwachtingen.
"Wat moeten al die langwerpige driehoekjes voorstellen?" vroeg ik.
"Dat zijn grassprietjes," zei ze.
"En waarom roept dat gras HELP HELP ?"
Yfke keek me trots aan.
"Dit, meester, is gras-in-nood-in-glas-in-lood."

vrijdag 10 december 2010

Een sleutel met een varken eraan

Er kwamen twee meisjes van een hogere groep de klas binnen.
"Heeft iemand een sleutel gevonden?"
Niemand in mijn klas reageerde.
"Hoe ziet hij eruit?" vroeg ik.
"Het is een fietssleutel met een varken eraan."
"Met een varken eraan?"
"Ja, een sleutelhanger in de vorm van een varkentje."
Nee, echt niemand had hem gevonden.

's Middags kwamen er weer twee meisjes de klas binnen, twee anderen.
"Heeft iemand een sleutel gevonden?"
Het leek me sterk dat twee andere meisjes voor dezelfde sleutel kwamen, maar voor de zekerheid vroeg ik: "Was het een fietssleutel met een varkentje eraan?"
Het meisje begon helemaal te stralen. "Jaah!" riep ze.
"Nee, die hebben we niet gevonden," zei ik.
Het deed me denken aan een of andere mop, maar het ging per ongeluk.

maandag 29 november 2010

Twaalfhonderd

"We gaan vanmiddag voor het eerst in de bibliotheek kijken," vertelde ik de kinderen. In onze school was een kleine bibliotheek geopend en we zouden een rondleiding krijgen.
"Hoeveel boeken staan daar?" wilde Marcel weten.
Ik was al eens wezen kijken en probeerde in mijn hoofd een ruwe schatting te maken, maar de kinderen riepen er allemaal getallen doorheen.
"Honderd?"
"Tweehonderd?"
"Nee," zei ik, "ik denk wel meer dan duizend." Maar mijn kinderen snappen nog niks van zulke grote getallen.
"Nee, niet duizend!" riep Marcel, die dat wel een heel groot getal vond.
"Nou, ik denk het wel, hoor," zei ik.
"Dat geloof ik niet!"
's Middags in de bibliotheek, toen de mevrouw van de bibliotheek was uitgepraat en vroeg of er nog vragen waren, vroeg Marcel natuurlijk: "Hoeveel boeken staan hier?"
Dat wist de mevrouw van de bibliotheek precies. "Wel meer dan twaalfhonderd!"
"Ha haa!" riep Marcel en hij keek me triomfantelijk aan. "Ik zei toch dat het er niet meer dan duizend waren?"
Een paar bovenbouwers legden Marcel fijntjes uit hoe het nu precies zat met die grote getallen.

Iedereen mocht nog even wat rondneuzen in de boeken voordat we weer terug naar de klas gingen. Ik zag een groot Waar is Wally-boek en ging er eens goed voor zitten. Annika kwam naast me zitten.
"Help je even mee om Wally te zoeken?" vroeg ik. Ze zocht mee.
We staarden samen drie minuten naar een bladzijde vól met allerlei poppetjes. Toen vroeg Annika: "Hoe ziet Wally er eigenlijk uit?"

zaterdag 27 november 2010

Paren

Toen groep 3 het woordje vis leerde, kregen we twee goudvissen in de klas, die na democratisch overleg Bluppie en Bloepie werden genoemd. Toen de kinderen uit een andere klas dat zagen wilden zij ook een huisdier in de klas en vandaag kregen ze die ook eindelijk: twee heuse schildpadden - Sammie en Emmie.
"Heeft groep 7 vandaag schildpad geleerd?" vroeg een meisje uit mijn klas.

"Gelukkig kunnen ze geen kinderen krijgen," zei Justin, uit groep 7.
"O, zijn het dan twee mannetjes of twee vrouwtjes?" vroeg ik.
"Nee, het zijn wel een mannetje en een vrouwtje, maar toch kunnen ze geen kinderen krijgen."
"Hoezo niet?"
"Nou...," begon Justin en hij zocht zichtbaar naar de juiste woorden om dit eens netjes aan een meester uit te leggen. "Ze hebben niet echt een geschikt plekje om te paren."
"O nee?"
"Kijk, in het water lukt dat niet zo goed en die steen waar ze op kunnen zitten, die is ook niet, eh... die is ook niet echt romantisch."

woensdag 24 november 2010

Beau (2)

Het was maandagochtend en het kringgesprek met groep 3/4 ging natuurlijk over het afgelopen weekend - of iemand nog iets bijzonders heeft gedaan, vraag ik meestal. Niet veel reacties deze keer.
"Wie heeft er wel eens een Gezellig Avondje, met een glaasje fris en een bakje chips?" vroeg ik, omdat wij dat vroeger thuis altijd hadden. Meestal keken we naar de Mini Playbackshow met Henny Huisman, maar heel soms keken we naar dia's van vroeger, van toen we nog klein waren.
"Ja, wij," zei een meisje. "Dan mogen we wat cola en naar Hoelienemol kijken!"
"Naar Wie is de mol?"
"Nee, Hoel iene mol." Ze keek me aan alsof ik vreselijk ouderwets was, dat ik dat niet kende. "Dat is met een muur waar een gat in zit en daar moeten ze dan doorheen."
"O, dát!" zei ik. "Dat ken ik wel. Dat is lachen. En voor wie ben je dan; voor Beau of voor Gerard?"
"Voor Beau natuurlijk. Die is vet grappig!"

vrijdag 19 november 2010

Mobieltje

Twee jongens uit groep 7 kwamen na de pauze wat later binnen dan de rest. De één huilde, de ander lachte vilein. De lachende jongen had bovendien een mobieltje in zijn hand. Aan de huilende jongen te zien was dat mobieltje even daarvoor nog van hem geweest.
"Hoe kom je aan dat mobieltje?" vroeg ik.
"Gewonnen," zei hij met een grote grijns.
Ik keek vragend naar de huilende jongen. Die knikte.
"Hoezo gewonnen?" vroeg ik.
"Met knikkeren."

De ene jongen had al zijn knikkers verloren en toen had hij zijn mobieltje maar ingezet. Wel tegen een hele mooie knikker - zo'n geval ter grootte van een tennisbal. Dat potje had hij natuurlijk verloren, want over iemand die al zijn knikkers al verloren heeft kun je veel zeggen, maar niet dat hij goed kan knikkeren.

In het educatieve gesprekje dat ik na schooltijd met de jongens voerde, spraken we af dat de ongelukkige jongen zijn telefoon terugkreeg en dat die een mooie knikker voor de ander zou kopen. Een héél mooie knikker.
"Eentje van zestig euro?" vroeg hij bezorgd.
"Nee, dat hoeft niet," zei ik, "maar wel eentje waar hij heel blij mee is."
Ik vroeg of hij er niet aan gedacht had dat hij zijn mobieltje wel eens kon verliezen.
"Nee," zei hij, "ik dacht alleen maar aan die knikker die ik wilde hebben."

maandag 15 november 2010

Grote ogen

Soms koop ik wat nieuwe stickertjes, om de moraal wat op te krikken. In de rekenschriften had ik hier en daar al zo'n nieuw stickertje uitgedeeld.
"Meester, heb je nog andere nieuwe stickertjes?" vroeg een meisje. "Ik heb nu een prinsesje met belachelijk grote ogen."
"Dat is geen prinsesje," zei ik. "Dat is een Powerpuff Girl."

zondag 14 november 2010

Shit

Zo vlak na 4 en 5 mei zijn de jongens vaak extra oorlogszuchtig. De opdracht was een maquette te maken van een verkeerssituatie - een kruispunt of een rotonde.
"Mag je ook doen dat er een tank op de weg rijdt?" vroeg iemand. Dat leek me geen bezwaar.
Maar toen ik later ging kijken, waren er maar liefst drie tanks gericht op een uitgeknipt mannetje met een snorretje die zijn ene arm de lucht in stak. Ze hadden ook een praatwolkje aan zijn hoofd geplakt, waar 'chit' op stond.
"Shit schrijf je anders," zei ik. En dat ik het niet zo netjes vond.
Ze haalden het praatwolkje weg.
"Bovendien lijkt dat poppetje verdacht veel op Hitler," zei ik.
De jongens grijnsden.
"Omdat hij een snor heeft?" vroeg er eentje. Ik knikte.
"Maar het is zomaar iemand uit het leger," zei hij. "Mensen in het leger hebben meestal een snor."
Daar had hij helemaal gelijk in. Wat is dat toch met die mannen in het leger? En ook bij de politie trouwens.
"Maar die arm dan?" vroeg ik.
"Hij groet gewoon iemand die hij in de verte ziet."

vrijdag 10 september 2010

George Peppard

Zes jongens uit mijn klas spelen in de pauze altijd A-teampje. Vier zijn het A-team en twee zijn colonel Decker - de man die altijd achter hen aanzit. Niemand wil graag Face spelen, dat is in al die jaren nog niet veranderd, maar ook Hannibal is niet zo populair - dat verbaasde me.
"Hannibal is eigenlijk maar een sukkel," zei M.
Ik wilde daar wat van zeggen, want in mijn tijd stond hij nog hoog in aanzien, maar ik hield me stil.
"Mijn vader zei dat de man die Hannibal speelt overleden is," zei L.
"O?" zei M. Daar was hij wel even stil van. "Maar in de aflevering van eergisteren speelde hij nog gewoon mee."
"Ja logisch," zei L., "want dat was nog een oude aflevering."

donderdag 9 september 2010

Je kon er een draaimolen of een poppenkast kopen

Het was vrijdagmiddag en ze mochten een spel meenemen om in de klas te spelen. Ik had gezegd: “Doe maar een klein spelletje, zoals een pakje kaarten of Pim Pam Pet, of zo.” Maar die spelletjes bestaan tegenwoordig zeker niet meer, want ze kwamen met enorme dozen aanzetten. Twee kinderen speelden Stratego en ik keek even toe. Ze liepen gewoon door die twee plassen met water in het midden. Hún soldaten konden zwemmen, zeiden ze, toen ik ernaar vroeg. En bij een ontmoeting tussen twee poppetjes gebruikten ze getallen in plaats van de rangen. Dat ging zo:
“Wat is dat?”
“Een acht.”
“O, ik ben een vijf.”
“Dan heb ik gewonnen.”
Ik vroeg hoe ze aan die getallen kwamen.
“Die staan op de doos,” zeiden ze.
Dat klopte.
Bij het plaatje van een verkenner stond een 8 en bij de mineur stond een 5. Dat
betekende dat er voor elk team acht verkenners in het spel waren en vijf mineurs.
Ik probeerde ze dat uit te leggen, daar ben ik tenslotte voor, maar ze zeiden: “Nou,
wij spelen het nu zo.”
Ik liep naar het groepje dat Monopoly Junior speelde.
Dat werkt niet met straten, maar het speelt zich af op een kermis. Je kunt dan bijvoorbeeld een draaimolen of een poppenkast kopen. Erg goedkoop trouwens – voor twee euro heb je al een waterfiets.
Ze waren al tien minuten bezig, toen
ik vroeg: “Zitten er geen geldbriefjes bij dit spel?”
“O, jaaah!” riep het meisje dat het spel had meegebracht. “Dat ben ik vergeten uit te delen.”
Ze begonnen maar even overnieuw – nu mét geld.
“O nee! Hij haalt mij in!” zei een
jongen toen iemand anders zes gooide.
Het klinkt misschien betweterig, maar ik legde uit dat het geen race naar de finish was, maar dat het erom ging wie het meeste geld bij elkaar spaarde.
Maar ze hoorden het niet, want twee spelertjes hadden ruzie om geld. Iemand wilde met een briefje van twee en een briefje van één betalen, terwijl de ander liever een briefje van drie kreeg.
“Je mag zelf weten hoe je betaalt,” zei ik. “Als je twee bananen koopt bij de groenteman, zegt hij ook niet dat hij persé een twee-euro-munt wil, in plaats van twee losse euro’s.”
Nu lagen ze ineens helemaal dubbel van het lachen, terwijl ik het zelf wel een redelijk mooie vergelijking vond. Misschien kwam het door het woord bananen. Of
misschien vonden ze twee euro belachelijk duur. Ze dachten waarschijnlijk: “Daar
kan ik ook een waterfiets voor krijgen.”

maandag 12 april 2010

Maandag

Het was maandag en het was twaalf uur.
De sirene ging.
"Tsja," zei een kleuter, "het is weer de eerste maandag van de week."

zondag 11 april 2010

Zingen

We waren op visite en ik moest vertellen over het zingen. Dat ik de kinderen paasliedjes moest aanleren, terwijl ik helemaal niet kan zingen. Dat ik al heel vaak van kinderen te horen heb gekregen dat "het altijd zo grappig klinkt" als ik zing, of dat ze "altijd in de war raken als meester meezingt".
Maar dat is nog niet eens het ergste. Nu met die paasliedjes zongen de kinderen helemaal niet meer - ze keken me alleen maar met open mond aan en vergaten zelf te zingen. Ze konden niet geloven wat ze hoorden.
Dat vertelde ik dus en ik zei dat ik blij was dat alles tegenwoordig ook gewoon op cd stond. Dat ik die vanaf nu gewoon aanzette en zelf mijn mond maar hield.
Op de terugweg in de auto floot ik mee met Christina Aguilera. H. reed en zei dat ik wel heel mooi kon fluiten.
Ze vroeg of ik de auto even wilde inparkeren.
"Probeer het eerst zelf maar," zei ik. Ik beloofde dat ik niet zou lachen.
Het inparkeren mislukte jammerlijk, tot twee keer toe, maar ik had niet gelachen. Ik zei alleen maar: "Wat ik heb met zingen, dat heb jij met inparkeren - je kunt het gewoon niet, je hebt er geen gevoel voor."
We wisselden van plaats en ik parkeerde de auto in.
"Wat kun jij goed inparkeren," zei ze.
"Wat kun jij mooi zingen," zei ik.