woensdag 9 juni 2010

Kersen

We waren in een streek waar heel veel fruit werd verbouwd, vooral kersen. Overal stonden kersenbomen. Er groeiden daar zoveel kersen dat de vogelpoep op ons campingtafeltje roze was in plaats van wit.
"Moet je kijken, wat prachtig," zei ik tegen H., toen we langs een knalvolle kersenboom liepen.
"Ja, die heb je in Nederland niet veel, he?"
"Nou, er is een nieuwslezeres..." begon ik.
"Ja, wat is daarmee?" vroeg H. Ze dacht dat ik een verhaal ging vertellen over een nieuwslezeres met allemaal kersenbomen in haar achtertuin, of zoiets. Maar ik zei: "... en die heet Astrid Kersseboom."
Ze vond het jammer dat ik dat zei - ze had liever een verhaal gehoord over een nieuwslezeres met allemaal kersenbomen in haar achtertuin.
Moreller, zo heten kersen in het Noors. Overal stonden bordjes langs de weg met "Moreller" erop - die kon je daar dan kopen. Soms had diegene er ook nog twee kersen bij getekend. Aan elkaar natuurlijk, want op plaatjes zitten kersen altijd met zijn twee├źn aan elkaar. In het echt valt dat soms tegen.
Onze buurvrouw op de camping had ook een paar moreller geproefd. Ik ving tenminste iets op van het gesprek daarover met haar man:
"En?" vroeg de buurman.
De buurvrouw begon de vruchten uitgebreid te beschrijven: "Ze zijn donkerrood en sommigen zaten met hun steeltjes aan elkaar vast," zei ze. "Ze zijn best lekker, maar er zitten wel kleine pitjes in."
"Waren het niet gewoon kersen?" vroeg de buurman.
"Ehm..." zei de buurvrouw. Ze was even vijf tellen stil. Toen zei ze: "Dat zou heel goed kunnen."

Geen opmerkingen: